Hints in de klas: woordenschat oefenen met uitbeelden
Hints in de klas is een actieve manier om woordenschat te oefenen: een leerling beeldt een woord uit zonder te praten en de klas raadt het binnen een minuut. Zo koppelen kinderen de betekenis van een woord aan een beweging. Het werkt in de basisschool, in de Engelse les en bij Nederlands als tweede taal, met woorden over school, emoties en het dagelijks leven.
Waarom werkt uitbeelden bij woordenschat?
Een woord op het bord lezen is iets anders dan het zelf moeten laten zien. Bij hints moet de uitbeelder nadenken over wat het woord echt betekent, en de raders zoeken actief in hun eigen woordenschat. Leerkrachten gebruiken het om een paar redenen:
- Iedereen is betrokken: de hele klas kijkt mee en mag raden.
- Beweging in de les: een welkome onderbreking na een lange instructie.
- Geen voorbereiding nodig: een stapel kaartjes en een timer op het digibord zijn genoeg.
- Geschikt voor elk niveau: je past alleen de woorden aan.
- Taal zonder taalbarrière: ook leerlingen die nog weinig Nederlands spreken, kunnen uitbeelden.
Hoe speel je hints in de klas?
- Verdeel de klas in twee groepen, bijvoorbeeld de ramenkant en de deurkant.
- Leg een stapel kaartjes met woorden uit de les van die week klaar.
- Een leerling trekt een kaartje en beeldt het voor zijn eigen groep uit.
- Zet een timer van een minuut op het digibord.
- Raadt de groep het woord, dan komt het op de woordmuur en krijgt de groep een punt.
- Lukt het niet, dan mag de andere groep één keer raden voor een bonuspunt.
- Sluit af door alle geraden woorden samen hardop te lezen of in een zin te gebruiken.
Wil je zelf kaartjes maken voor een thema? In hints kaartjes maken staat hoe je goede woorden kiest.
Welke woorden passen bij welke groep?
| Groep (in Vlaanderen) | Soort woorden | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Groep 1-2 (kleuterklas) | Plaatjes van dieren en handelingen | Hond, konijn, eten, aankleden |
| Groep 3-4 (1e-2e leerjaar) | Korte werkwoorden en dingen in de klas | Potlood, schooltas, raam openzetten |
| Groep 5-6 (3e-4e leerjaar) | Beroepen, emoties, dagelijks leven | Boos, jaloers, boodschappen doen |
| Groep 7-8 (5e-6e leerjaar) | Abstracte woorden en uitdrukkingen | Teleurgesteld, nostalgisch, heimwee |
| Middelbare school | Vakbegrippen en lastige emoties | Overweldigd, leedvermaak |
Woorden over school om uit te beelden
Kinderen vinden het extra leuk als ze hun eigen schooldag herkennen. Deze kaartjes komen uit het deck Schooltijd:
- Juf: een denkbeeldig bord aanwijzen en vriendelijk streng kijken.
- Pauze: een bel laten rinkelen en naar buiten rennen.
- Huiswerk: aan tafel zuchten en een schrift openslaan.
- Schooltas: een zware tas op je rug hijsen.
- Gymschoenen: veters strikken en een rondje rennen.
- Passer: een cirkel tekenen met een draaiende hand.
- Rapport: een boekje openslaan en heel blij of nerveus kijken.
- Digibord: met je vinger over een groot bord vegen.
- Spiekbriefje: stiekem in je mouw kijken, terwijl de juf de andere kant op kijkt.
- Vergeten gymspullen: in je tas zoeken en geschrokken je handen in je haar.
Emoties uitbeelden in de kring
Hints met emoties past goed bij lessen over sociaal-emotionele ontwikkeling. Leerlingen leren gevoelens herkennen bij anderen en ze zelf benoemen. Uit het gratis deck Emoties:
| Niveau | Emoties |
|---|---|
| Makkelijk | Blij, boos, moe, zenuwachtig, teleurgesteld, verward |
| Gemiddeld | Beschaamd, onzeker, heimwee, verbijsterd, overweldigd |
| Moeilijk | Nostalgisch, gelaten, leedvermaak |
Een mooie nabespreking: vraag na elke emotie wanneer de leerlingen zich zo voelden. Houd het luchtig met grappige kaartjes zoals Hangry of Maandagochtendgevoel.
Hints in de Engelse les en bij NT2
Engelse les. Geef de uitbeelder een kaartje in het Nederlands, terwijl de klas in het Engels moet raden. Dagelijkse handelingen werken goed, zoals Boodschappen doen, Planten water geven, Wachten op de trein en Vuilnis buiten zetten uit het deck Dagelijks Leven. Gevorderde leerlingen raden ook in hele zinnen.
NT2. Voor nieuwkomers is uitbeelden een veilige manier om te oefenen, omdat de uitbeelder niets hoeft te zeggen. Kies werkwoorden die ze dagelijks nodig hebben, uit het deck Beeld Het Uit: Raam openzetten, Deur op slot doen, Aankleden, Op een deurbel drukken, Een handtekening zetten en Een tafel afvegen. De raders zeggen het woord hardop en de leerkracht schrijft het op.
Extra speelvormen en tips voor de leerkracht
Naast de klassieke ronde zijn er drie speelvormen die goed werken in de klas:
- Estafette: elke groep krijgt vijf kaartjes en de leerlingen beelden om de beurt uit. Welke groep heeft de vijf woorden het eerst geraden?
- Spiegelspel: de hele klas doet de uitbeelder na en raadt pas na tien seconden. Handig voor jonge groepen die nog moeten leren kijken.
- Woordweb: na elk geraden woord bedenkt de klas samen drie woorden die erbij horen. Bij Huiswerk zijn dat bijvoorbeeld agenda, schrift en planning.
En een paar praktische tips voor de leerkracht:
- Laat verlegen leerlingen eerst in tweetallen uitbeelden.
- Spreek vooraf af dat er niet gepraat en niet gewezen wordt naar spullen in de klas.
- Gebruik het als energizer: drie woorden voor de rekenles, drie na de pauze.
- Herhaal de woorden een week later, dan zie je welke zijn blijven hangen.
Op een digibord kun je ook direct gratis online hints spelen, met een timer en kaartjes die vanzelf verschijnen.